“Peer vatte Grada bij kruis en kraag en wierp haar in de Maas!” Mevrouw de Jong zat met haar vinger de letters in haar boek te volgen. Na het lezen van deze zin barstte ze in lachen uit. Iedere keer weer. Iedere keer, wanneer ik mijn oma bezocht, die bij mevrouw de Jong op de kamer lag in het verpleeghuis, las het oude fragiele dametje deze zin en bulderde, voor zover fragiele dametjes kunnen bulderen, van het lachen. Twee jaar lang bleef ze bij die zin steken. En wanneer ze niet las zat ze te breien. Een sok. En wanneer ze ’s middags ging slapen haalde de activiteitenbegeleidster de sok weer een stukje uit, zodat ze weer opnieuw kon beginnen. Ze merkte dat toch niet en er was een gebrek aan losse wol. Mevrouw de Jong ging niet echt vooruit in het verpleeghuis.
Op een zondagmorgen was ze er niet. Mijn vader en ik gingen vaak bij oma op bezoek en mevrouw de Jong was er altijd en kreeg nooit bezoek. Ze was daarom altijd blij, wanneer we haar ook wat aandacht gaven. Maar vanaf die zondag was ze iedere week ’s ochtends weg. Ik was toch nieuwsgierig waarom dat was en vroeg opheldering bij zuster van Harte (zo heette ze echt!). Deze legde uit, dat er een nieuwe dominee in de zwarte-kousen-kerk was beroepen en deze wilde meer mensen in zijn diensten zien. Dus had hij zijn gemeente verzocht de oude gemeenteleden in bejaarden- en verpleeghuizen op te zoeken en deze te helpen naar de dienst te komen. En wanneer deze mensen slecht ter been waren, hoefden dezen niet, zoals alle andere schapen van zijn kudde, te voet naar het huis des Heeren te komen. Dan mochten ze met de auto. Maar de vrijwilligers, die ze gingen halen dus ook. Het plan was uiterst succesvol; uit alle bejaardensilo’s uit de wijde omgeving werden mensen geplukt om te dienen als excuus om niet twee keer per zondag een roteind te hoeven lopen naar het gebedshuis. En of die oudjes nou dement waren of niet, dat maakte niets uit; onze lieve Heer maakt geen onderscheid. En of die oudjes nou wilden of niet was ook geen probleem; ze werden gewoon ingeladen. De meesten, zoals mevrouw de Jong, vonden het nog fijn ook. Ze kreeg een hoedje op en na de dienst nog koffie ook. Ze had haar kinderen en kleinkinderen nog nooit zo vaak gezien!
En maandag las ze weer: “Peer vatte Grada bij kruis en kraag en smeet haar in de Maas” Tot op de dag van vandaag ben ik benieuwd of Grada ooit weer ongeschonden uit die Maas is gekomen.