Rond deze tijd moet ik altijd even terugdenken aan ‘die ouwe’. Mijn vader overleed op 30 december. Vanuit de rouwkamer waar hij lag opgebaard was het vuurwerk net te horen. Pa was er stiekem tussenuit geknepen; op een ochtend werd hij gewoon niet meer wakker. De avond daarvoor hadden we nog gelachen en had hij mijn moeder nog geplaagd en gedag gekust. Het werd een vaarwel-kus.
Mijn vader was niet zo kusserig. Toen het ‘social kissing’ in de mode kwam, wist hij zich nooit goed een houding te geven. Het gezoen bij de jaarwisseling was hem een gruwel. Mijn moeder moest dan voorgaan en wanneer zij de kennis-man zoende mocht pa de kennis-vrouw ook kussen. Soms ging het mis en kuste pa een vrouw, die in het geheel niet bij de door mijn moeder gekuste man hoorde en moest mijn moeder een vreselijke man, die bij de vergis-kus hoorde ook zoenen. Het leven werd er voor mijn ouders erg ingewikkeld door.
Mijn vader was van de vorige eeuw. Hij vond fysiek contact en intimiteit ‘ongemakkelijk’. Het was al heel wat, dat hij koosnaampjes voor mijn zusjes had: ‘Penkie’ en ‘Baasje’. Toen waren de koosnaampjes op. Ik kwam niet verder dan ‘die jongen’. Wat niet wil zeggen, dat die ouwe niet gek op me was. Dat weet ik zeker, hoezeer ik hem ook op de proef heb gesteld.
Het is weer bijna oud en nieuw. Elly zal straks voorop gaan met het geknuffel en duidelijk laten merken wie ik wel en wie ik niet innig mag omhelzen. Zoveel is er niet veranderd.