“Arne, ik moet plassen”. Het was de zoon van Stefan van Ruiven, die met een stok in zijn hand ergens onder ons stond. Hij hield hem als een soort staf vast, als een soort mini-Mozes. “Dan moet je in de kantine zijn, jongen, achterin de hoek” Vos had beloofd op het mannetje te passen. “Moet ik met je meelopen?” “Nee, hoor, opa, maar let je wel even op mijn stok?” Arne Vos, vaak ‘opa’ genoemd door het jonge spul, stond verbouwereerd met de wat viezige stok in zijn hand, terwijl het ventje richting plas huppelde.
Op het veld gleed Frank van Hengel weer eens uit. “Vast zijn schoenen” zeiden wij in koor, gierend van het lachen, omdat vader Daan even daarvoor iedere verkeerde beweging van zijn zoon, ooit een geweldige aanvaller bij onze Boys, aan het foute schoeisel had geweten. “Hij heeft alleen kunstgrasveld-voetbalschoenen, en op het natte veld van vandaag werkt dat niet”.
Even later kwam onze mini-Mozes weer terug van zijn toiletbezoek om zijn staf op te halen. “Ik ben een watje” zuchtte Vos. Daan en Aad Vink, die er ook bij stond, knikten begrijpend. Zij zijn opa, en daardoor ook watjes geworden.
Op het veld werd gescoord. Het was een vriendschappelijke pot tussen de oude glorie van de Boys en het huidige eerste. De oude (maar niet vergane) glorie had gescoord. De keeper van ons keurkorps had niet echt zijn best gedaan om de inzet te keren. Volgens mij uit respect. Bij 5-1 is er toch meer sprake geweest van een wedstrijd dan bij 5-0.
Tevreden gingen we na het laatste fluitsignaal de warme kantine in.
Vooral warm qua sfeer.
De poldermeiden hadden de kantine vorige week versierd. Er stonden 2 kerstbomen, er hingen kersttakken, een verlichte arrenslee was bovenop het afdak boven de bar gezet. Er stonden kaarsjes en het licht was gedempt. In mijn ogen zijn de poldermeiden gewoon wereldwijven.
Mijn Elly zat met Tineke te kletsen aan een hoge tafel. Daan haalde zonder te vragen wat ik wilde een donker biertje voor me. Hij wist het gewoon.
De spelers van de wedstrijd druppelden bij mijn tweede biertje binnen. Even een hand van herkenning op mijn schouder van Michael Vos, de zoon van Arne, die meegedaan had met de oude garde. Frank Stienstra, de rijzige klasse-verdediger van de selectie kuste zijn vrouw en knuffelde zijn twee dochters. Ik voelde een diepe warmte. Het gezin als hoeksteen van de Zinkwegse Boys.
Ik heb zelf twee volwassen dochters en kan er niet op wachten ook een ‘watje’ te worden.