Mijn blaas heeft een eigen wil. Vaak moet ik aan die wil toegeven en mijn bed uit. Soms probeer ik het uit te stellen, maar dat is geen optie voor die zeikerd. Meestal is het tussen 05.00 en 06.00 uur, zodat het nog erg kort is voordat mijn wekker gaat. Die nacht maakte het niet uit; ik hoefde toch de ochtend erna niet te werken. Als altijd voelde ik even voorzichtig naast me. Even mijn vertrouwde warme rots in de branding voelen, waarop steevast de rustige ademhaling even stokte, en er een zacht gegrom klonk als reactie op mijn streling. “Laat me slapen..”
Maar nu was het bed leeg. Ik draaide me om en keek op de klok. 05.04 uur. Misschien moest zij ook een plas. Ik hoorde echter geen vertrouwde Niagara-watervalgeluiden, alleen wat gepiep en het geluid als van een slecht startende auto. Door de open deur van de slaapkamer en de glazen deur van de woonkamer zag ik een flauw licht schitteren. Dat kon niet waar zijn. Ze zat een computerspel te doen. Midden in de nacht! Elvenar of zoiets. Dat geluid van die weigerende auto hoorde daarbij.
Ik moest denken aan Rob de glazenwasser. Een paar weken geleden had hij op een vrijdag afscheid moeten nemen van zijn lief. De dag erna zat hij in zijn vertrouwde hoekje aan de bar van de Zinkwegse boys. Ik schudde hem de hand, zonder iets te zeggen. Er valt niets te zeggen, wanneer de dood te snel komt. “bedankt”, mompelde hij zachtjes. Niet lang daarvoor, zijn vrouw lag toen nog in het ziekenhuis, had hij me verteld, dat hij vooral dat lege bed naast zich zo vreselijk deprimerend vond. Het gaf de naderende leegte zo helder weer.
Na die zaterdag heb ik hem niet meer gezien. De barkruk in het hoekje van de bar, waar je zo fijn tegen de muur kunt leunen, bleef leeg. Het zal even tijd nodig hebben, voordat deze vrijwilliger weer in staat is om als clubscheidsrechter zijn wedstrijdjes te fluiten.
Ik deed mijn plas en ging weer mijn bed in. In de huiskamer hoorde ik zacht gemopper over het verloop van het spel. Glimlachend viel ik weer in slaap.