Vroeger vond ik mijn vader altijd erg achterdochtig. “Hmmm”, zei hij dan veelbetekenend, wanneer ik iemand of iets erg geweldig vond. Nu ik zelf wat ouder ben geworden betrap ik mezelf ook op vele ‘Hmmms’. Veel geweldige dingen en vooral veel geweldige mensen blijken vaak niet zo geweldig te zijn.Zo’n gevoel had ik tijdens de vergadering van gisteravond. Het begon om 17.30 en er waren broodjes en er was soep. De broodjes waren klef door de sla, die ertussen schijnt te horen bij vergaderingen, maar de soep was wel smakelijk. Juist toen ik op wilde staan voor een tweede bakje soep en een derde broodje begon de huisarts aan mijn tafeltje uitgebreid te vertellen over hoe succesvol hij aan het lijnen was. “Echt, het kost me totaal geen moeite!” sprak hij, bewonderend aangestaard door zijn tafelgenoten. “Hmmm”, dacht ik en Ik zakte weer terug in mijn stoel, zodat mijn buik wat minder opviel. Ik durfde geen eten meer te pakken. De arts bleef zichzelf maar geweldig vinden en diste wat recepten op om aan te geven, hoe smakelijk zijn dieet wel was. (pastinaakpuree met kabeljauw, Griekse yoghurt met havermout en meer van dat soort smakeloos voer) Hij was wel drie kilo afgevallen. De dames aan onze tafel hingen aan zijn lippen.
Gelukkig begon de vergadering. Met een licht knorrende maag probeerde ik de powerpoint-presentatie te volgen. Deze zag eruit als veel powerpoint-presentaties: een poppetje met wat items eromheen, suggererend, dat de patiënt centraal stond bij de spreker. Of zoiets. Ik was het gewauwel al gauw niet meer aan het volgen en keek om me heen. Vóór me zat een kale man met zijn bril bovenop zijn hoofd. Het viel me op, dat er veel kale mannen zaten met hun bril bovenop hun hoofd. Ik vroeg me af, of ze na hun vakantie naar het zonnige zuiden twee witte plekken van hun zonnebril op hun schedel zouden hebben. Ik ging iets omhoog om even stiekem op het hoofd van de man vóór me te kijken. Niets te zien. Toen viel me op, dat er ook dames met hun bril bovenop hun hoofd zaten. Dat stond blijkbaar erg interessant, dus ik probeerde het ook. Helaas bleek mijn schedel geen brildragend vermogen te hebben. Bij de eerste beweging van mijn kop viel de bril op de grond. Terwijl ik tussen wat benen op zoek was naar mijn optisch hulpmiddel hoorde ik Nienke achter me grinniken. Ik zette de bril maar weer gewoon op mijn neus en deed net of ik de voordracht weer volgde. De bril vóór me zakte steeds lager. Bij ieder instemmend knikje. Uiteindelijk bleven de jampotjes in Dior-montuur steken op ’s mans wenkbrauwen. Ik zat het met open mond te bekijken. Bril-jant vond ik het.
De huisarts stelde een vraag aan de spreker, en ik probeerde weer even heel belangstellend te kijken. Schuin achter me zat de wethouder. Vanwege haar was de huisarts waarschijnlijk gekomen. Om te netwerken. Informele babbels na een saaie vergadering kunnen uiterst lucratief blijken te zijn. Vandaar ook de vraag van onze afslanker: Hij moest gezien worden. Het pleitte wel voor hem, dat hij geen bril op zijn hoofd droeg. De wethouder reageerde: “Zoals die meneer zojuist zei…” Ik gniffelde even. ‘Die meneer’. Ze had hem niet herkent. Terwijl hij net als zij diverse van dit soort vergaderingen had bijgewoond. Vernietigend. Of zou hij teveel zijn afgevallen?
Juist vóór het einde van de bijeenkomst verontschuldigde de wethouder zich en vertrok. De beste manier om te voorkomen, dat ze tot zeker een uur ná de vergadering nog steeds zou worden aangeklampt door allerlei netwerkers. Onze dieetgoeroe keek teleurgesteld.
We moesten nog in groepjes discussiëren over hoe geweldig we het gevonden hadden en dat op grote vellen papier noteren alvorens we naar huis mochten. Veel verder dan “Hmmm”, kwam ik niet. Ik word oud; ik heb al te vaak dit soort vergaderingen bijgewoond.
Daarna dropen we af. De huisarts naar zijn pastinaakpuree met kabeljauw. Ik had geen trek meer.